Pensioenleeftijd en het geluk van ouderen

De financiële argumentatie om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen is aanvechtbaar. Zit er misschien een ideologisch addertje onder het gras? Greep hebben op je leven, dat maakt gelukkig. Maar of geluk iets is waar het beleid rekening mee houdt is de vraag.

De financiële argumentatie om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen

Het kabinet wil de AOW leeftijd verhogen naar 67 jaar en daarmee 4 miljard euro besparen, ofwel 0.7 % van het BBP (bruto binnenlands product). Het CPB (Centraal Planbureau) zet vraagtekens bij dat verwachtte resultaat. Nu werkt op 65jarige leeftijd maar 13% van de bevolking, dus als je de pensioengerechtigde leeftijd opschuift moet de overheid doorgaan met WW, WAO en bijstanduitkeringen. De winst is dan geen 0.7% van het BBP, maar slechts 0.5, op die bedragen is dat een enorm verschil.
Het kabinet gaat uit van toename van de arbeidsparticipatie van bijna-gespensioneerden, maar er zijn echter geen studies die deze veronderstellingen staven. Er was wel een toename nadat de VUT is afgeschaft, maar die groei is uitgewerkt. De sociale zekerheidsexpert Willem Velema betoogt in de Volkskrant eind april dat de hele veronderstelling dat de arbeidsparticipatie van ouderen zal stijgen, op drijfzand is gebaseerd. Zo zijn er meer twijfelachtige veronderstellingen. De grootste vraag naar arbeidskrachten zit in het onderwijs en de zorg. Ziet men 65plussers fulltime voor de klas staan of zwoegen in een zorginstelling? Dat is niet realistisch. En zo zijn er meer vraagtekens te zetten bij de z.g. nuttige aspecten van het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd. Als het te moeilijk wordt kun je altijd nog sparen om twee jaar eerder op te houden suggereert het kabinet. Dat je daarvoor wel heel veel moet sparen, 25.000 euro als je de AOW wilt vervangen, bovenop een aanvulling op het pensioen waar mensen nu al voor sparen, maakt dit geen erg realistische suggestie. En waaruit blijkt dat werkgevers ineens wel graag 55plussers gaan aannemen? Dat lukt tot nog toe niet, vraag het de werkzoekenden. Ook de hoopvolle verwachtigen dat het met de werkgelegenheid voor ouderen goed zal gaan als de crisis over is, is ook weer wishfull thinking. En zonder betaald werk na je 65ste valt de hele becijfering van de besparing in duigen. Er is ook een stroming onder economen die vindt dat de vergrijzing ten onrechte wordt gezien als een dreiging van onbetaalbaarheid van ons stelsel. Iemand als Marcel van Dam houdt niet op het tegendeel te beargumenteren.

Zit er een ideologisch addertje onder het gras?

De hele argumentatie om zo diep in te grijpen in onze sociale zekerheid wordt op financieele argumenten gebaseerd. 'Betaalbaar houden' van onze verzorgingsstaat. Maar als blijkt dat de betaalbaarheid misschien helemaal niet zoveel gebaat is bij verhoging van de pensioenleeftijd, waarom wil men die ingreep toch doorzetten, een ingreep die op zoveel weerstand stuit in onze samenleving. Waarom staat men zo huiverig tegenover alternatieven zoals die nu reeds geopperd worden?

Ik heb zo'n vermoeden dat er een niet-uitgesproken, onderliggende ideologische motivatie zit bij het kabinet. Er wordt uitentreure herhaald dat mensen alleen maar gelukkig kunnen zijn met betaald werk. Als mensen werkloos zijn en werk zoeken, is het vinden van een nieuwe werkkring inderdaad een bron van geluk. Maar sommige banen zijn niet fijn of leuk, die doe je omdat je moet eten. Trouwens 'in het zweet des aanschijns zal je je brood verdienen', dat is o.k., maar dat betekent niet dat werk nu je levensvervulling is. Teveel wordt de hele invulling van het leven gerelateerd aan werk: vrije tijd is uitrusten van je werk, je pensioen is een welverdiende rust na een arbeidzaam leven. Wordt niet altijd gezegd dat gepensioneerden niet-aktieven zijn? En als ze zo gezellig fietsen met z'n tweeen, zo te zien nog best in orde, dan wordt gedacht: die kunnen ook nog wel (betaald) werken. Straks zitten ze nog drie decennia op die fietsen en dat kunnen we niet betalen. Wie niet werkt zal niet eten. Arbeit macht frei.

En toch, er is zoveel meer in het leven. Eindelijk tijd hebben voor je kleinkinderen bijvoorbeeld. En die z.g 'niet-actieven' leveren een gigantische bijdrage aan de zorg, door de mantelzorg. Verder zou het welzijnsniveau van de samenleving verschralen als 65plussers geen vrijwilligerswerk meer zouden doen. De z.g. 'niet actieven' zijn zeer actief, ook ten behoeve van de samenleving. Je kunt nuttig, en gelukkig zijn zonder betaald werk.

Greep hebben op je leven maakt gelukkig

Laten we ons eens bezig houden met het geluk van ouderen, toch ook een belangrijke vraagstelling, die door het gegochel met cijfers en ideologische veronderstellingen uit het oog wordt verloren.

Het blijkt herhaaldelijk uit onderzoek dat het greep hebben op het eigen leven sterk bijdraagt aan het geluk van mensen. In verzorginsgshuizen vindt men soms grote, maar soms ook minieme mogelijkheden om mensen zelf dingen te laten beslissen en te kiezen, en dat maakt alle verschil van de wereld. Zo iets belangrijks als het gaan met pensioen zou ook veel meer een keuze van mensen zelf moeten kunnen zijn. Nu moet je weg als je 65 bent, of je nog fit bent, interessant werk hebt en graag door wilt gaan of niet. Je hebt geen keus. In de CAO staat dat het contract met 65 jaar ontbonden wordt. Ik vraag me zelfs af of dat wettelijk wel kan, want dat is leeftijdsdiscriminatie. Het zou een grote verbetering zijn als mensen die dat willen, door zouden mogen gaan in hun huidige werkkring. Misschien alleen met wat aangepaste werktijden.

Maar voor anderen is dat een spookbeeld. Zij hebben uitgekeken naar hun pensioen, en vinden ook dat ze daar op hun 65ste recht op hebben. Het was een contract, ze hebben premie betaald. Een verplichtte verhoging van de leeftijd voor allen past gewoon niet. Dat blijkt ook uit het feit dat zovelen de 65 niet 'werkend' halen. Mensen zijn onderling zo verschillend, banen zijn zo verschillend. Sommigen voelen echt: 'genoeg is genoeg' en zij zouden heel ongelukkig zijn als ze nog twee jaar verder moesten. (Ja, ik weet dat men die tijd met een maand tegelijk wil ophogen, maar dat maakt voor het eindresultaat toch niet uit). Als men, om dit op te lossen de weg inslaat van het gaan 'wegen' van banen, zwaar of niet zwaar, 40 jaar gewerkt of niet, dan slaat men een heilloze weg in. Een oeverloze strijd met beoordelingsinstanties zal volgen, en daar worden we heel zeker helemaal niet gelukkig van want dan wordt je weer afhankelijk van anderen, van de beoordelaars.

Mijn conclusies: Pensioen op de 65ste zou een recht moeten blijven. Doorwerken in dezelfde baan, eventueel wat aangepast, moet mogelijk worden. Het kabinet moet z'n ideologische bagage betreffende het arbeidsethos overboord zetten en zich open stellen voor alternatieve oplossingen. Liebje Hoekendijk, Bussum. Auteur van Levenskunst van ouderen

Liebje Hoekendijk, auteur van Levenskunst van ouderen, SWP books